Besprekingen

In het spoor van Catan

Het Nieuwsblad 13.10.2018 Jan Martynowski

Catan. Immens populair, bijna dertig miljoen keer verkocht, precies twintig jaar geleden in het Nederlands verschenen én grondlegger van een nieuwe generatie gezelschapsspelen. Hoog tijd om u de “moderne” klassiekers voor te stellen, die stilaan de plaats van Monopoly, Trivial Pursuit, Scrabble en Risk innemen.

Catan

Wat? De grond- legger van de nieuwe generatie.
Duur? 90 minuten.
Prijs? Vanaf 30 euro.
Voor hoeveel spelers? 3 of 4.
Leeftijd? Vanaf 10 jaar.
Instapdrempel? Redelijk. Spelen is niet zo moeilijk, de juiste strategieën vinden wel.
Hoe speel je het? Spelers plaatsen dorpen, steden en wegen op een eiland. Zo verzamelen ze grondstoffen waarmee ze op hun beurt nieuwe dingen kunnen bouwen, tot er iemand genoeg punten heeft om de overwinning te claimen.
Winnende strategie? Bouw zo snel mogelijk nieuwe dorpen en claim een haven, waardoor je goedkoper ontbrekende grondstoffen kan ruilen. Blokkeer tegenstanders waar je kan.
Ruziefactor? Redelijk hoog. Met de struikrover kan je goederen stelen, een verstandig geplaatste weg kan je tegenstander hopeloos vastzetten.
Wat moet je nog weten? Het gewone spel mist wat pit. Uitbreiding Steden en Ridders voegt diepte en variatie toe en is een must.

Weerwolven (van Wakkerdam)

weerwolven

Wat? Partyspel voor grote groepen.
Duur? Drie kwartier.
Prijs? 10 euro.
Voor hoeveel spelers? 8 tot 18.
Leeftijd? Vanaf 10 jaar.
Instapdrempel? Laag. Tenzij je echt geen pokerface hebt.
Hoe speel je het? De spelers worden verdeeld in weerwolven en onschuldige burgers. ’s Nachts eten de weerwolven de burgers op, overdag zoekt iedereen de schuldigen en belandt er iemand op de brandstapel. Probleem: de burgers weten niet wie de weerwolven zijn, dus de kans bestaat dat ze een onschuldig zieltje roosteren. Daarnaast zijn er nog spelers met speciale rollen.
Winnende strategie? Moeilijk te zeggen, want iedereen liegt – of kan liegen. Verwarrend … Goed liegen dus, of goed de waarheid spreken. Zolang het maar overtuigt.
Ruziefactor? Geweldig hoog, want wie wil nu op de brandstapel belanden om dan de rest van het spel toe te zien?
Wat moet je nog weten? Een van de favorieten van Rode Duivel Jan Vertonghen. De uitbreiding voegt nog meer rollen toe.

Machiavelli

Machiavelli Deluxe

Wat? Kaartspel, bij uitstek geschikt voor pestkoppen.
Duur? Een uur.
Prijs? Vanaf 15 euro.
Voor hoeveel spelers? 2 tot 7, best met 5.
Leeftijd? Vanaf 10 jaar. Hou je als volwassene wel wat in als je met kinderen speelt – tenzij die meesterintriganten zijn, natuurlijk.
Instapdrempel? Enkele beurten en iedereen is mee. Elke speler krijgt een overzichtskaartje, altijd nuttig.
Hoe speel je het? Elke beurt kiezen de spelers welke – geheime – rol ze op zich nemen. Daarna proberen ze om beurten geld te verdienen of een gebouw neer te poten. Sommige rollen laten je sneller bouwen, andere laten je geld stelen of zelfs een tegenstander vermoorden.
Winnende strategie? Kijk verder dan je beurt lang is. Met wat vindingrijkheid kan je echt gemene dingen doen. Een van onze favoriete trucjes is een slechte hand kaarten samenstellen en die dan wisselen met de hand van een tegenstrever. En toch: richt je niet enkel op pestwerk, want je verdient alleen punten door te bouwen.
Ruziefactor? Niet iedereen vindt vermoord en bestolen worden even leuk, en meestal scheppen de winnaars nog eens extra graag op.
Wat moet je nog weten? De Deluxe Editie kost tien euro meer en biedt extra karakters en kaarten. Leuk, maar zeker geen must. En oh ja: de kaarten zien er prachtig uit en zitten vol details.

Ticket to Ride

ticket to ride europa

Wat? Spoorwegen bouwen!
Duur? Drie kwartier.
Prijs? Vanaf 35 euro.
Voor hoeveel spelers? 2-5.
Leeftijd? 8+.
Instapdrempel? Een kwartiertje en zelfs beginners zijn aan boord.
Hoe speel je het? De regels zijn kort genoeg om op een treinticket te schrijven, aldus de bedenker. Klopt: ofwel pak je kaarten, ofwel leg je er een spoorweg mee, ofwel neem je een missie. Hoe langer de lijnen die je bouwt, hoe meer punten, maar let wel op dat niemand je voor is.
Winnende strategie? Hou je tegenstanders in de gaten en probeer de routes waar zij een oogje op hebben te blokkeren.
Ruziefactor? Je discussieert vooral met jezelf: nu scoren of toch nog even wachten en meer kaarten nemen?
Wat moet je nog weten? Ticket To Ride bestaat in een aantal varianten op hetzelfde thema, met allemaal ongeveer dezelfde regels. Kies diegene die je het meest boeit. Of de goedkoopste. Of allemaal, als je een beetje zoals ons bent.

Splendor

Wat? Edel-stenen verzamelen en uitgeven.
Duur? Een half uurtje.
Prijs? Vanaf 25 euro.
Voor hoeveel spelers? 2 tot 4.
Leeftijd? Vanaf 10 jaar.
Instapdrempel? Laag, en iedereen verzamelt graag edelstenen.
Hoe speel je het? Spelers kopen kaarten met edelstenen, tot iemand 15 punten heeft. De goedkoopste kaarten leveren geen punten op, maar helpen wel om aan duurdere te raken. Een typische engine builder dus: je moet op een moment overschakelen naar kaarten waarmee je punten scoort. Doe je dat te laat, dan is een ander je voor. Doe je dat te vroeg, dan is je engine niet sterk genoeg om veel punten te scoren.
Winnende strategie? De kaarten liggen in drie rijen. Focus vrij snel op rij twee en negeer de goedkoopste. Hou héél goed je tegenstanders in de gaten.
Ruziefactor? Wil je je kinderen tevreden houden, laat hen dan eens winnen. Dat zullen ze niet uit zichzelf doen.
Wat moet je nog weten? Om een of andere reden staat dit spel vaak in reclame. Hou de aanbiedingen in de gaten.

Codenames

codenames

Wat? Snelle opwarmer, niet om een hele avond mee te vullen.
Duur? Een kwartier.
Prijs? 20 euro.
Voor hoeveel spelers? Twee tot acht. Hoe meer, hoe beter.
Leeftijd? Vanaf 10 jaar.
Instapdrempel? Geen.
Hoe speel je het? Er liggen 25 kaartjes met trefwoorden op tafel. De spelers worden verdeeld in twee teams, die moeten raden welke trefwoorden bij hun team horen. De kapiteins weten welke kaartjes de juiste zijn en geven hints aan hun ploegmakkers, zodat die zo veel mogelijk trefwoorden in één keer aanduiden.
Winnende strategie? De meeste woorden hebben een dubbele betekenis. Hou dat in het achterhoofd. Probeer als teamleider niet te veel in één keer te vertellen, dat leidt meestal tot verwarring.
Ruziefactor? Tja … dik een jaar na datum hebben we nog steeds een beetje ruzie met een teamgenoot die de link tussen “revolver” en “cd-speler” niet zag. Maar meubels gaan hier niet om sneuvelen.
Wat moet je nog weten? Ook te verkrijgen met plaatjes, met Disney-thema en als spel voor twee spelers.

Stenen Tijdperk

Wat? Nederzettingen bouwen in de oertijd.
Duur? Anderhalf uur.
Prijs? Vanaf 35 euro.
Voor hoeveel spelers? 2 tot 4.
Leeftijd? Vanaf 8 jaar.
Instapdrempel? Matig. Verwacht niet dat een kind dit meteen snapt.
Hoe speel je het? Alle spelers zetten elke beurt dorpsbewoners op een van de actievelden. Op sommige velden passen meerdere oermensen, op andere zijn de plaatsjes beperkt. Wie eerst komt, eerst maalt, en de beste velden zijn snel bezet. Kiezen dus, want als alle mensen zijn geplaatst worden de acties uitgevoerd: oogsten, ontginnen, bouwen, zich voortplanten (jawel!) …
Winnende strategie? Wees flexibel. Je kan zelden de actievelden bezetten die je wilt, dus een goed plan B of C is noodzakelijk. Zorg er in elk geval voor dat je zo snel mogelijk meer dorpsbewoners hebt.
Ruziefactor? Een 10.000 jaar oud spreekwoord luidt: “Wie een ander blokkeert, is de vriendschap niet weerd.”
Wat moet je nog weten? De Junior-variant (apart spel) is een aanrader voor wie zijn kinderen al kennis wil laten maken met deze topper.

Carcassonne

Carcassonne Big Box 3

Wat? Tegels leggen zoals in domino, maar dan met meer hersenwerk.
Duur? Een half uurtje.
Prijs? 25 euro.
Voor hoeveel spelers? 2 tot 5.
Leeftijd? Vanaf 7 jaar, lezen we. Dat lijkt ons wat hoog gegrepen, maar voor de jongsten kan je een deel van de regels overboord kieperen en die stapsgewijs introduceren.
Instapdrempel? Laag, zeker als je (in het begin) regels negeert.
Hoe speel je het? De spelers leggen à la domino kaartjes op tafel en bouwen zo een middeleeuws landschap op. Ze kunnen daarna pionnen plaatsen die later in het spel punten kunnen opleveren. Er zijn verschillende manieren om te scoren.
Winnende strategie? Hou steeds een pion in reserve om meteen te scoren. Kijk naar hoe je tegenstanders spelen en speel daarop in. Pionnen op weilanden kunnen heel veel punten opleveren, maar alleen als er veel steden gebouwd worden. En oh ja: probeer zelf te bouwen én je opponent te blokkeren.
Ruziefactor? Het is verbazend hoeveel intermenselijke ravage één welgemikt stukje karton kan aanrichten.
Wat moet je nog weten? Er zijn héél veel versies van deze moderne klassieker op de markt. Let op dat je niet per ongeluk een uitbreiding koopt als je het basisspel niet hebt. En wil je écht meer, koop dan meteen de Big Box die elf uitbreidingen bundelt voor amper het dubbele van de prijs van het basisspel.

7 Wonders

7 wonders

Wat? Bouw je eigen stad – en wereldwonder.
Duur? 30-60 minuten.
Prijs? Vanaf 40 euro.
Voor hoeveel spelers? 3 tot 7, best met 4 of 5.
Leeftijd? Vanaf 12 jaar.
Instapdrempel? Na een of twee sessies ben je helemaal mee.
Hoe speel je het? De spelers bouwen een zo indrukwekkend mogelijke stad – en bij voorkeur ook het bijbehorende wereldwonder. Daarvoor gebruiken ze kaarten. Leuke twist: nadat de spelers een kaart gespeeld hebben, geven ze hun hand aan elkaar door.
Winnende strategie? Focus op één manier om te scoren. Schat in welke kaarten je tegenstanders nodig hebben en gebruik die zelf.
Ruziefactor? Redelijk laag. Spelers focussen vooral op het bouwen van hun eigen stad en spelen dus de facto hun eigen spel – al zullen goede spelers intussen ook zo veel mogelijk hun tegenstanders dwarszitten.
Wat moet je nog weten? Er zitten ook regels voor gevorderden in de doos en er zijn nog enkele uitbreidingen. Niet nodig, het basisspel is voldoende voor tientallen geslaagde avonden. De variant met twee spelers (7 Wonders Duel, een apart spel) is ook een topper.

Dixit

Wat? Fantasievol kaartspel, ideaal met familie of vrienden.
Duur? 30 minuten.
Prijs? Ongeveer 30 euro.
Voor hoeveel spelers? 3 tot 6. Hoe meer, hoe beter.
Leeftijd? Vanaf 8 jaar, maar houd er wel rekening mee dat de jongsten het soms moeilijker hebben om verbanden te leggen die voor volwassenen evident zijn.
Instapdrempel? Miniem.
Hoe speel je het? De spelers krijgen een hand kaarten met prachtige tekeningen. Elke beurt geeft iemand een hint over zijn eigen kaart en legt die gedekt op tafel. De anderen leggen uit hun eigen hand een kaart die aan die hint doet denken. Daarna moeten ze uit alle kaarten op tafel raden welke de oorspronkelijke was.
Winnende strategie? Niet echt – behalve je tegenstanders goed inschatten.
Ruziefactor? Geen. Zelfs de score bijhouden is optioneel. Het leukste is zelf verhalen bedenken die met de kaarten te maken hebben.
Wat moet je nog weten? De uitbreidingen zijn nuttig, want het oorspronkelijke boek kaarten is vrij snel uitgeput.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *